|
|
Tips voor een optimale werking van het temperatuurstation. |
|
|
Hieronder
treft u enkele tips aan voor een optimaal gebruik van het weerstation
|
||
| Controleer of iedere sensor
functioneert en correct is geïnstalleerd.
|
||
| Controleer of de batterijen
in orde zijn en vervang deze indien nodig. In het temperatuurstation
dienen uitsluitend alkaline batterijen te worden toegepast. Sinds kort
zijn er nieuwe batterijen op de markt die tot 50% meer energie en dus
een langere levensduur bieden. Lage temperaturen hebben een nadelige
invloed op batterijen. In dat geval is het raadzaam om voor de
buitengeplaatste sensor gebruik te maken van alkaline of lithium
batterijen. Een andere plek voor de buiten sensor kan in een aantal
gevallen de ontvangst sterk verbeteren, waardoor de batterijen langer
meegaan.
|
||
| Zorg dat de zendafstand
niet te groot is en niet geblokkeerd of belemmerd wordt. Ook recentelijk
in gebruik genomen apparaten in eigen of omringende woningen kunnen
storingen veroorzaken. Onder dergelijke apparaten vallen o.a.
alarmsystemen, computers, (mobiele) telefoons, automatische deuren etc.
Verklein indien mogelijk de afstand tussen sensor en ontvanger. De
maximale afstand bedraagt 20 tot 30 meter, maar het temperatuurstation
functioneert beter bij een zo kort mogelijke afstand. |
||
| Bouwkundige elementen zoals
beton en staal en de richting van de ruimte kunnen het zendbereik
nadelig beïnvloeden. Test daarom de verschillende posities van zowel
temperatuurstation als sensoren uit om tot een optimaal resultaat te
komen.
|
||
|
Na het in acht nemen van deze
richtlijnen zal het temperatuurstation |
||