|
Vincent
van Gogh wordt op 30 maart 1853 geboren te Groot-Zundert in
Noord-Brabant als oudste zoon van een predikant. Na zijn schooltijd in
diverse Brabantse plaatsen te hebben doorgebracht, gaat hij in 1869
werken bij het Nederlandse filiaal van de Franse kunsthandel Goupil
& Cie in Den Haag, waarvoor hij enkele jaren later wordt uitgezonden
naar Londen en Parijs. Hij verruilt de kunsthandel in 1876 voor een
baantje als onderwijzer in Engeland.
Den Haag
Tussen 1877 en 1880
probeert Van Gogh zijn leven een religieuze wending te geven, onder
andere als preker in de Belgische mijnstreek de Borinage. Uiteindelijk
besluit hij op 27-jarige leeftijd kunstenaar te worden en hij vertrekt
eind 1881 naar Den Haag. Hier krijgt Van Gogh wat schilderlessen van
zijn aangetrouwde neef Anton Mauve. Na een kort eenzaam verblijf in
Drenthe keert hij terug naar het ouderlijk huis in Nuenen (december 1883
- november 1885). Daar ontwikkelt hij zich tot een echte schilder van
het Brabantse platteland, waarbij hij zich niet alleen op het landschap
richt, maar ook op de dagelijkse werkzaamheden van de plaatselijke
bewoners. In Nuenen ontstaat zijn beroemdste Nederlandse werk: De
aardappeleters.
Parijs
Eind 1885 reist Van
Gogh via Antwerpen naar Parijs, waar hij in februari 1886 aankomt. Hij
trekt bij zijn broer Theo in, die in de kunsthandel werkt en die hem al
geruime tijd financieel steunt. De kunstenaar ontdekt in Parijs het
(Post-) Impressionisme en zijn palet met overwegend donkere tonen maakt
geleidelijk plaats voor veel helderder kleuren. Ondertussen ontmoet hij
tal van collega-kunstenaars, maar na twee jaar houdt Van Gogh het voor
gezien en begin 1888 vertrekt hij naar Arles in de Provence.
Arles
In Arles zet Van
Gogh zijn zoektocht naar een eigen stijl voort, maar hij wil er ook een
soort samenwerkingsverband tussen kunstenaars opzetten. Gedurende negen
weken deelt hij zijn atelier met Paul Gauguin. Daarbij komt het tot
grote onenigheid tussen beide heren en Van Gogh snijdt in een aanval van
razernij een stukje van zijn linkeroor af. Hij laat zich in mei 1889
vrijwillig opnemen in een inrichting bij Saint-Rémy, niet ver van Arles.
In het jaar dat hij daar verblijft schildert hij volop, hoewel hij
incidenteel last blijft houden met zijn mentale gezondheid. Zijn broer
Theo is inmiddels getrouwd en heeft zijn eerstgeborene naar Vincent
genoemd.
De heimwee naar het
noorden wordt steeds sterker en nadat Theo in Auvers-sur-Oise, niet ver
van Parijs, een arts bereid heeft gevonden om zijn broer een beetje in
de gaten te houden, vertrekt Van Gogh in mei 1890 uit Saint-Rémy. In
Auvers werkt hij nog ruim twee maanden gestaag verder totdat hij
zichzelf met een pistoolschot verwond en na twee dagen, op 29 juli 1890,
in het bijzijn van Theo overlijdt.
|